De collectie Brink
De collectie Brink
Wat te doen met de oude zwart-witfilms van opa? Rik Kuiper schonk ze aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. En hoera, er bleek iets waardevols tussen te zitten!
Vandaag zal hij het oordeel vellen. Peter Klinkenberg leidt de zwarte filmstrook langs de geleiderollers op zijn montagetafel. Niet veel later begint de film door het apparaat te rollen. In zwart-wit zien we een ouderwetse auto bij Amsterdam de rijksweg naar Utrecht op rijden. De weg bestaat nog uit betonnen platen. Er is geen vangrail. En andere auto’s zijn zeldzaam. De auto doet een tankstation aan, waar de bestuurder zeventien liter benzine voor zes gulden aanschaft. Dan stopt Klinkenberg de film. Hij duwt zijn neus bijna tegen het scherm. ‘Hier zie je kabels lopen: verticale strepen in beeld. Het zijn krassen op de filmstrook.’
Klinkenberg, zachte stem, witte handschoenen, een pakje shag in zijn borstzakje, studeerde ooit geschiedenis. Hij maakte het nooit af, maar leeft nog altijd in het verleden. Sinds 1995 kijkt hij historische films, eerst bij de Stichting Film en Wetenschap, nu bij Beeld en Geluid. Daar beslist hij, samen met een aantal collega’s, of aangeboden films een interessante aanvulling zijn op het enorme archief van het instituut.
De auto rijdt verder over de snelweg. Na een paar minuten bereikt hij de Utrechtse Domtoren. De film met de titel Rijksweg no. 2 is voorbij. ‘En?’, vraag ik. Deze film, die mijn grootvader in 1954 heeft gemaakt, geeft Klinkenberg waardering B. Hij is goed genoeg voor de collectie, en zal worden gedigitaliseerd. ‘De hoogste waardering is de A-waardering. Die is voor De Nachtwacht onder de films’, zegt Klinkenberg. ‘Misschien dat ik die vier keer in mijn loopbaan heb gegeven.’ Stiekem vraag ik me af: zal zich in de filmcollectie van mijn grootvader... een Nachtwacht bevinden?
Opa was filmer
Mijn grootvader heette Jan Brink. Vlak na de Tweede Wereldoorlog raakte hij in de ban van de film. Hij schafte een camera aan, niet goedkoop in die tijd, en meldde zich bij de Amsterdamse filmclub ‘De Smalle Band’. Samen met de andere leden verdiepte hij zich in de techniek van de achtmillimeterfilm. Regelmatig kwamen ze bijeen om hun meesterwerken te vertonen, en om elkaar te becommentariëren.
In een klein zwart kasboek, dat we in zijn erfenis aantroffen, schreef hij met vulpen wat hij gemaakt had. Het is een indrukwekkende lijst. Zijn oudste film, Een dag op Mirija, dateert uit 1946. Het is een vakantiefilm over hun zomerhuis in Overijssel. De laatste film die hij in het boekje schreef komt uit 1967.
Toen ik klein was, filmde mijn grootvader al nauwelijks meer. Wel zette hij af en toe de projector in zijn Amstelveense woonkamer. Hij rolde het scherm uit, deed de lichten uit. Daar kwamen ze weer voorbij: de beelden van mijn moeder en haar zussen, het Amsterdam van decennia eerder. Nog altijd herinner ik me de warmte van de lamp van de projector, en het gelijkmatige geritsel dat geluidloze films begeleidt. Trrrrrrrrr. En de trotse blik op het gezicht van mijn opa.
Garage is vochtig
In 2001 overleed Jan Brink vredig in zijn slaap. Zijn films (we konden het niet over ons hart verkrijgen ze weg te gooien), belandden in een goed afgesloten kast in een vochtige garage. Daar lagen ze een aantal jaren, zonder dat iemand er naar omkeek. Vorig jaar kwam mijn moeder ze weer tegen. Ze besloot een laatste keer die ingewikkelde, ruimte vretende projector neer te zetten, en de dozen vol films uit te zoeken. De beste films zou ze schenken aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Opdat iemand anders ooit misschien iets aan de beelden heeft. En, eerlijk is eerlijk, omdat we het instituut beloofde dat we een dvd zouden krijgen van de films die in het archief worden opgenomen.
En zo liepen mijn moeder en ik eerder dit jaar met een witte schoenendoos het kleurige gebouw van Beeld en Geluid in Hilversum binnen. ‘Afschriften’, stond in roze kapitalen op de deksel. Met pen was het doorgekrast. Elders op de doos stond ‘Kaarten’. Maar ook die zaten er niet meer in. Wel zat de doos tot de rand vol ronde blikken. Op het bovenste blik hield een vergeeld stuk plakband een papiertje op zijn plaats: Met tante Blanne naar Berg en Bos. Op andere blikken stond Kaleidoscoop 1953 en Rijksweg no. 2. De medewerker van Beeld en Geluid nam de doos aan. Mijn moeder ondertekende de schenkingsovereenkomst. Elf films begonnen aan een nieuw leven.
Film blijkt bijzonder
Peter Klinkenberg stuurt een e-mail! Hij is klaar met het inventariseren van de films van mijn grootvader. Vijf krijgen een B-waardering, vijf een C. En de film Kaleidoscoop 1953, dat is een geval apart. Daarin kwam Klinkenberg beelden tegen van een voetbalwedstrijd tussen Middlesbrough en Rapid Wien, die werd gespeeld in Amsterdam. ‘Het was een benefietwedstrijd na de watersnoodramp. En er was nogal wat ophef over.’
Aanvankelijk was het plan een benefietwedstrijd te houden tussen het Nederlands elftal en Frankrijk, schrijft Klinkenberg. Maar daar had de KNVB niet aan willen meewerken, omdat er Nederlandse profs zouden meedoen. De bond wilde graag het amateurkarakter van de sport handhaven. ‘Voor velen viel het daarom niet te rijmen, dat de KNVB wél de wedstrijd organiseerde die jouw grootvader heeft gefilmd. Ook de spelers van Rapid Wien waren immers professionals.’
En dan komt het. ‘Tot nu toe ben ik nog geen bewegend beeld van deze wedstrijd tegengekomen. Hoewel de wedstrijd zelf helaas vanaf de bovenste rijen van de tribune gefilmd is, en details van spelers dus ontbreken, geeft de schaarste aan beeldmateriaal van deze gebeurtenis bij mij toch de doorslag om een A-waardering toe te kennen.’ Ik lees de e-mail nog een keer. Een A-waardering! Mijn grootvader maakte een Nachtwacht! Vreemd genoeg kan ik me de beelden van de wedstrijd niet herinneren. Heb ik ze ooit gezien? Krijg ik ze nog te zien?
Doek maakt schoon
Een kantoorgebouw in Amsterdam-Noord, een paar weken later. De eerste verdieping is industrieel ingericht: wanden van onafgewerkt beton, roestvrijstalen kabelgoten aan het plafond. In stalen stellingkasten staan transparante bakken met stickers met familienamen. Er zit filmmateriaal in. Andere kasten zijn gevuld met stapels glimmende filmblikken. En overal staat apparatuur. Hier, bij SuperSens, worden oude films gedigitaliseerd. De komende jaren gaat dit bedrijf honderden uren beeldmateriaal voor Beeld en Geluid ‘redden’.
Aan een tafel bij het raam zit Bernhard André. Mijn opa’s film Kaleidoscoop 1953 (onze Nachtwacht!) glijdt door een groene doek in zijn linkerhand. ‘Zo haal ik het stof eraf’, zegt hij. Ook voelt hij waar de lassen zitten, de plaatsen waar mijn grootvader met lijm twee stukken film aan elkaar heeft geplakt. André speelt met de filmstrip in zijn handen, trekt er een beetje aan, laat een golfje door de film lopen. Want zulke bochten maakt hij straks ook in de scanner. De las geeft geen krimp. ‘Veel materiaal dat we van amateurs krijgen is niet goed gemonteerd. Maar dit is vrij professioneel gedaan.’
Nachtwacht valt tegen
Wanneer de film schoon is, brengt Bernhard André hem in een blik naar Onno Petersen, die een paar bureaus verder zit. Petersen, een vlotte veertiger met halflang blond haar en een T-shirt, haalt de film weer uit het blik. Hij legt hem over rollen en spoelen in het scanapparaat en stelt de gewenste snelheid in: zestien frames per seconde. Al snel verschijnt de straat waar mijn opa woonde in beeld. Het straatnaambordje, het huisnummer, het naambordje op de deur: J.G. Brink. Dan stapt mijn oma een voordeur uit.
Petersen kijkt naar de beelden en velt een oordeel over de kwaliteit van de opname. Moet het hier en daar donkerder? Of juist wat lichter? Zo kiest hij een basisinstelling voor het scannen. Dan spoelt hij de film helemaal terug. Hij start de band opnieuw. De straat waar mijn opa woonde. Het straatnaambordje, het huisnummer, het naambordje op de deur. Het scannen is begonnen, beeldje voor beeldje neemt het apparaat alles in zich op.
Halverwege de film komt het Olympisch Stadion in beeld. Het stadion! Dit moet de watersnoodwedstrijd zijn. Het scorebord met de namen van de clubs. Een fanfare loopt het veld af. Voetballers rennen over het gras. Met moeite traceer ik de bal. Zien we een doelpunt? Nee, het is al weer voorbij. Dit was de wedstrijd, dit was De Nachtwacht. Een beetje teleurstellend is het wel. De beelden zijn niet bijzonder van zichzelf. Ze zijn bijzonder omdat er, voor zover bekend, geen ander bewegend beeld van de wedstrijd bestaat.
Het dromen begint
Bij SuperSens doen ze nog een laatste bewerking, en dan zetten ze de films van mijn opa op een professionele digitale videoband. Die band belandt bij Technicolor op het Mediapark, waar de banden geëncodeerd worden: het ene bestandsformaat wordt omgezet in een ander bestandsformaat. Ook komen de films komen op een andere band, die in een groot depot wordt opgeslagen.
Is dat gedaan, dan is de collectie Brink gereed. Met een simpele zoekopdracht zijn alle gedigitaliseerde filmpjes van mijn grootvader in de catalogus te vinden. Mensen met het juiste abonnement kunnen een voorproefje in lage resolutie bekijken. Willen ze een filmpje gebruiken? Dan laten ze het volautomatisch door een robot uit het archief halen en op een server zetten.
Nu het materiaal is gearchiveerd, kan het dromen beginnen. Misschien krijgt Rijksweg no. 2 een keer een plek in een documentaire over het Nederlandse wegennet. Of wijdt Studio Sport een bijzondere uitzending aan de watersnoodwedstrijd. Dan zou mijn grootvader, bijna tien jaar na zijn dood, zijn televisiedebuut maken als cameraman. Hij zou er hartelijk om hebben gelachen.
© Rik Kuiper / Quest - het is ten strengste verboden deze tekst of delen van deze tekst over te nemen zonder toestemming van de auteur.
Door Rik Kuiper - Quest, september 2009