Bewust in brand
Bewust in brand
Een onderzoeker uit Wageningen zette onlangs een flink stuk Portugees bos in brand. Ze hoopt te leren welk effect dat heeft op de bodem.
‘Zoek je daarboven naar goud?’, vroegen de bewoners van Cerdeira in het begin aan Cathelijne Stoof. De lange Nederlandse was een vreemde verschijning in het Portugese dorpje, dat op een uur rijden van Coimbra ligt. Regelmatig reed ze ’s ochtends langs de witte huizen, om vervolgens via kronkelige wegen in de heuvels te verdwijnen. Aan het eind van de dag keerde ze terug, haar nagels zwart, haar kleren vol modder.
Nu, anderhalf jaar later, kennen de dorpsbewoners haar. En dus zwaait een ouder echtpaar vriendelijk wanneer haar rode Volkswagen op een zonnige donderdag in februari de hoek om komt. Stoof remt, draait het raampje omlaag en vertelt ze in haar beste Portugees het goede nieuws: het gaat eindelijk gebeuren.
Even later wandelt ze, behangen met linnen tassen vol gereedschap en apparatuur, over een kronkelig paadje naar de rand van een open vallei. Op de hellingen groeit vooral heide. Her en der staan dennenbomen. Dit is Valtorto. Dit is het gebied dat ze morgen laat afbranden voor de wetenschap.
Overstroming volgt brand
Cathelijne Stoof is bodemfysicus bij Wageningen Universiteit. Voor haar promotieonderzoek kijkt ze welke invloed bosbranden hebben op de bodem. Het belangrijkste: de hitte maakt de ondergrond droog en waterafstotend, net als de grond van een potplant die al weken geen water heeft gekregen. In glooiende gebieden zal regenwater daardoor na een brand niet in de bodem trekken, maar direct over het oppervlak naar beneden stromen. Omdat het water daardoor veel sneller in een rivier terecht komt, kunnen overstromingen ontstaan. Of het veroorzaakt problemen met de drinkwatervoorziening. ‘Dat zag je in Australië. Daar stromen drinkwaterreservoirs na bosbranden vol met grond en slib van de verbrande hellingen.’
Nu haar experimentele brand nadert, moet Stoof de voorbereidingen afronden. Ze knielt tussen de heide, op een plek die met een metalen stok is gemarkeerd. Uit een van haar tassen haalt ze een pakketje dat in aluminiumfolie verpakt is. Hoewel ze het liefdevol ‘mijn hamburger’ noemt, bevat het een thermologger. Het is een apparaat dat tijdens de brand elke seconde de temperatuur van de bodem registreert. Ze begraaft het pakketje en steekt de drie sensoren die ermee verbonden zijn op verschillende dieptes in de grond. Dan loopt ze verder over de helling, op naar de volgende stok. In het gebied ter grootte van vijftien voetbalvelden heeft ze 65 meetpunten.
Brand is onzeker
Tegen het eind van de middag arriveert de rode pick-uptruck van Ricardo Fernandes bij de vallei. Fernandes, een bedachtzame Portugees, steekt al tien jaar bos in brand. ‘s Zomers maakt hij vuur op strategische plekken om zo oprukkende bosbranden te stoppen. Want waar al vuur is geweest, is geen brandstof meer voor het volgende vuur. ’s Winters doet hij gecontroleerde branden om struikgewas onder bomen te verwijderen. Daardoor kunnen toekomstige bosbranden zich moeilijker voortplanten. Terwijl hij over de vallei uitkijkt, vertelt hij Stoof het onheilspellende nieuws: ‘Andere gecontroleerde branden zijn vandaag vanwege de droogte afgelast.’
Morgen heeft Fernandes de leiding over de experimentele brand, vandaag komt hij poolshoogte nemen. Met zijn auto maakt hij een hobbelige verkenningsronde over de steile grindpaden. Stoof wijst op de gemaaide stukken aan de rand van het gebied, die moeten voorkomen dat het vuur ontsnapt naar het aangrenzende bos. ‘Zijn de brandgangen goed?’ vraagt ze. ‘Mais ou menos,’ zegt Fernandes. Min of meer. Even later leest hij een apparaatje af dat de temperatuur en de luchtvochtigheid in de vallei heeft gemeten. Hij kijkt naar de wind en voelt aan de planten. Een bedenkelijke blik. ‘Als het morgen hard waait, kan de brand niet doorgaan.’
Lucht blijkt droog
De volgende ochtend om kwart over acht klimmen twaalf mannen uit drie gele auto’s. Ze kleden zich om: gele jassen, gele helm, beschermende bril. Op hun ruggen staat in kapitalen: sapadores florestais. Het betekent zoiets als ‘bosbrandweerman’. Ricardo Fernandes, hun leider, is eveneens in het geel vandaag. Hij gooit een dor takje de lucht in en kijkt hoe de wind ermee speelt. Dan overlegt hij met een collega. Nog een takje. Ja, de wind is gunstig. Maar de luchtvochtigheid! Die is laag, veel lager dan wenselijk. Daardoor kan het vuur zich makkelijk voortplanten.
Hoewel het nog niet helemaal zeker is of de brand doorgaat, begint Fernandes met een stok de contouren van Valtorto in het grind te tekenen. ‘Dit is het gebied, wij staan hier’, zegt hij tegen de sapadores. Hij laat zien hoe de drie teams moeten lopen om het vuur aan te steken. Eén team trekt met een blusauto over de noordelijke helling, de twee andere teams bedienen met hun auto’s de zuidhelling. Eerst gaan ze de randen van het gebied gecontroleerd afbranden. Daardoor ontstaat rondom het gebied een bredere veiligheidszone. Wanneer die klaar is, volgt de climax. Dan mag het vuur in het midden van de vallei tot grote hoogte groeien. Ontsnappen kan het dan toch niet meer.
Wind staat goed
Om kwart over negen volgt een cruciale test. Een van de sapadores pakt zijn zippo en probeert een heideplantje in brand te steken. Het mislukt. Dat is een goed teken: de vegetatie is niet helemaal droog. Zelf waagt Ricardo Fernandes de tweede poging. Met zijn pingalume, een vuurgieter gevuld met een mengsel van benzine en diesel, lukt het wel. Fernandes kijkt naar de eerste vlammen. Hij ziet dat de wind de goede kant opgaat. Dat het vuur zich niet te snel verplaatst. En dan neemt hij een besluit: de brand zal doorgaan. Op het gezicht van Stoof verschijnt een brede lach. Ze pakt haar walkietalkie en stelt de studenten die haar bij het onderzoek helpen op de hoogte: ‘Jongens, goed nieuws: het gaat door!’
Met zijn vuurgieter trekt Fernandes een streep brandstof van het brandende struikje naar beneden. Het vuur volgt de uitgestippelde route, het hoogste punt van het gebied staat in brand. Al snel dansen de vlammen boven de droge heide. Het knettert en de eerste lichtgrijze rook trekt de hemel in. Centimeter voor centimeter rolt het vuur de helling af, hier en daar geholpen door een extra streep uit de vuurgieter. Planten laag bij de grond geven zich direct over, hogere planten bieden dapper weerstand. Tevergeefs, uiteindelijk klimmen de vlammen er toch in.
Vuur gaat te snel
Rond half elf is het vuur bijna driehonderd meter naar beneden gekropen. Fernandes kijkt vanaf de noordelijke helling toe, als een generaal over zijn troepen. Het gaat niet zoals hij het bedacht had. De brand verplaatst zich te snel naar beneden. Boosdoener is de wind. Die is onvoorspelbaar: de ene keer houdt hij het vuur tegen, dan weer blaast hij het sneller de helling af. De brandlijn is de plaats gepasseerd waar hij de climax gepland had. En dat terwijl de veiligheidszone rondom het gebied nog niet gereed is. Versnelt de brand nog meer, dan heeft hij een probleem.
Via de walkietalkie spoort Fernandes zijn sapadores op de zuidhelling aan. Ze moeten sneller werken. Maar dat is niet eenvoudig. Ze vechten tegen de wind, die probeert de vlammen over de grens van het gebied te blazen. Enkele sapadores verwijderen met grote schoffels en motorzagen dorre planten en laaghangende takken. Alles om de vlammen langs de rand van de vallei niet de kans te geven groot te worden. Collega’s met een waterzak op de rug en een soort zwabber in de hand staan met hun rug naar de vuurzee, klaar om elke wegspringende vonk te lijf te gaan.
Droom wordt waar
Niet veel later voltooien de sapadores dan toch de veiligheidszone. Vlak daarna, om twaalf uur, ontmoeten de brandlijnen elkaar. Het vuur breekt los. Het wordt heter en heter. De vlammen schieten de lucht in, er klinkt een donderend lawaai. Donkerbruine rook draait zich een weg naar boven. Stoof kijkt toe. ‘Dit is precies wat we wilden!’, joelt ze. ‘Het is echt een simulatie van een bosbrand geworden.’
Het duurt twee minuten, dan is het voorbij. De brandstof is op, het vuur gaat liggen, de vallei is uitgeput. Direct neemt de warmte af. Stilte. Sommige sapadores staan even met de armen in de zij te turen naar de verbrande vallei. Anderen blussen nog wat na. Stoof begint te klappen. Ze wandelt een paar meter de verschroeide aarde in, langs de stompjes verkoolde hei, tussen de pluimpjes rook die over de aarde kruipen. Dan draait ze zich om. ‘Ik heb hier dromen over gehad, weet je dat? Ik heb erover gedroomd hoe het eruit zou zien als het afgebrand was!’
© Rik Kuiper / Quest - het is ten strengste verboden deze tekst of delen van deze tekst over te nemen zonder toestemming van de auteur
Door Rik Kuiper - Quest, mei 2009